De stamrecht BV bij emigratie
Stamrecht BV bij emigratie vóór 2010
Vóór 2010 was het noodzakelijk dat een stamrecht BV in Nederland gevestigd bleef en dat het stamrecht tot het binnenlands ondernemingsvermogen gerekend werd. Deze eisen waren opgenomen in artikel 11g van de wet loonbelasting. Wanneer u als directeur van een stamrecht-BV emigreert, verhuist daarmee in het algemeen ook de BV naar het buitenland. Naar de normen van het fiscaal woonplaatsbegrip, is een onderneming immers daar gevestigd waar haar leiding gevestigd is. Bij emigratie was de oplossing dan meestal om een directeur in Nederland aan te stellen.
Stamrecht BV bij emigratie vanaf 2010
Vanaf 1 januari 2010 (met terugwerkende kracht tot 15 september 2009) kunnen ook in het buitenland (binnen de Europese Unie) gevestigde ondernemingen een stamrecht beheren op de volgende voorwaarden:
- De onderneming rekent het stamrecht tot het binnenlands ondernemingsvermogen van het land van vestiging.
- Aannemelijk gemaakt kan worden dat de onderneming in het buitenland aan een reële winstbelasting onderworpen is.
- De onderneming met de Nederlandse fiscus overeenkomt om bepaalde inlichtingen te verschaffen.
- De onderneming overeenkomt met de Nederlandse fiscus de verschuldigde Nederlandse belastingen te voldoen.
Stamrechtuitkeringen bij emigratie
Wat ook veranderd bij emigratie is de belasting die u betaalt over de stamrechtuitkeringen (als deze ingegaan zijn). Afhankelijk van het verdrag (zie hieronder) betaalt u belasting in Nederland of in het land waarnaar u gaat emigreren. Heffing door Nederland is aantrekkelijk omdat de onderste tariefschijven voor het grootste deel uit premies volksverzekeringen bestaan. Als u de stamrechtuitkeringen in het buitenland ontvangt (als u daar permanent of het grootste deel van het jaar woont), hoeft u deze niet te betalen. Heft het woonland dan is de belastingdruk uiteraard afhankelijk van de tarieven in dat land. Let op: voor België geldt een bijzondere regeling.
De ontslagvergoeding in belastingverdragen
In geen enkel belastingverdrag is een bepaling opgenomen die specifiek ziet op toegekende ontslagvergoedingen. Wel zijn in vrijwel alle verdragen bepalingen opgenomen die de heffingsbevoegdheid regelt voor arbeids- en pensioeninkomsten. De belastingheffing over inkomsten uit arbeid zijn als hoofdregel toegewezen aan het werkland. De heffing over pensioeninkomsten is daarentegen in de meeste verdragen toegewezen aan het woonland. Het belang van een kwalificatie als arbeidsinkomsten of pensioeninkomsten bij emigratie is hiermee ook duidelijk.
De kwalificatie kan immers leiden tot een tegenovergestelde uitkomst qua verdeling van de heffingsbevoegdheid. U moet er echter wel op attent zijn dat zeker in de meer recent afgesloten belastingverdragen in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij afkoop) ook aan het land waar het pensioen is opgebouwd (het bronland) het heffingsrecht is toegewezen. Als de ontslagvergoeding voor de toepassing van het verdrag is aangemerkt als een pensioenuitkering zal deze toewijzing van pensioeninkomsten aan de bronstaat ook voor de ontslagvergoedingen gelden.
Arbeids- of pensioeninkomsten?
Het probleem is dat in de meeste belastingverdragen geen definitie is opgenomen van welke inkomsten nu precies volgens de verdragspartners onder arbeids- en/of pensioeninkomsten vallen bij emigratie. Vaak volstaat het verdrag te bepalen dat voor de uitleg van deze begrippen moet worden gekeken naar de betekenis die deze begrippen hebben in de nationale wetgeving. Naar Nederlands recht betreft een gouden handdruk inkomsten uit vroegere arbeid. In sommige gevallen echter wordt de toegekende gouden handdruk aangemerkt als een beloning 'soortgelijk aan pensioen' zodat het pensioenartikel van toepassing is op de ontslagvergoeding. Dit is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het geval als de hoogte van de gouden handdruk mede is bepaald door het bedrag dat de ontslagen werknemer nodig heeft om geheel of gedeeltelijk in zijn levensonderhoud te voorzien in de periode van zijn ontslag tot de pensioeningangsdatum.
Ook als de hoogte van de gouden handdruk bepaald is door het bedrag dat nodig is voor de verbetering van pensioenrechten is dit het geval. Aanwijzingen hiervoor zijn de leeftijd van de ontslagen werknemer op het moment van toekenning van de ontslagvergoeding en de kans dat het nog komt tot een herintreding in het arbeidsproces door de werknemer. Dit betekent echter naar onze mening niet dat een kwalificatie als pensioen alleen mogelijk zou zijn voor de, relatief gezien, oudere werknemers. Ook bij berekening van een gouden handdruk, relatief gezien, jonge werknemers kan immers rekening gehouden zijn met opgetreden pensioenschade. Als dat het geval is, lijkt er veel voor te zeggen dat ook dan de stamrechtuitkeringen in het buitenland geheel of gedeeltelijk onder het pensioenartikel kan vallen.
Duidelijk zal zijn dat dit nog geen harde criteria zijn. Als u emigratieplannen heeft, is het dus verstandig om goed vast te leggen hoe de hoogte van de gouden handdruk is bepaald en hoe het één en ander tot stand is gekomen.
