Ontslagvergoeding berekenen, kantonrechtersformule 2014

U kunt de hoogte van uw ontslagvergoeding of goudenhanddruk zelf berekenen met de kantonrechtersformule. Dit is een richtlijn die kantonrechters hanteren als zij moeten bepalen of, en zo ja in welke mate, een werknemer recht heeft op een ontslagvergoeding. In 2014 is de kantonrechterformule ongewijzigd gebleven en ook in 2013 zullen er geen wijzigingen optreden. Vanaf 2016 zullen de ontslagvergoedingen grofweg gehalveerd worden en gemaximeerd worden op € 75.000.

Als u ontslagen wordt heeft u overigens niet altijd recht op een ontslagvergoeding. Zo heeft u in principe geen recht op een ontslagvergoeding als u ontslagen wordt in de proeftijd of als uw contract voor bepaalde tijd afloopt.

Vaak wordt een ontslag niet voor de rechter uitgevochten maar proberen werkgever en werknemer in onderling overleg afspraken te maken. Als dit lukt, spreken we van ontslag met wederzijds goedvinden. In die situatie mogen partijen zelf bepalen hoe hoog een eventuele ontslagvergoeding moet zijn. Bij de berekening hoeft niet de kantonrechtersformule gevolgd te worden maar in de praktijk is dit wel gebruikelijk.

De kantonrechtersformule

De kantonrechtersformule wordt ook wel de ABC-formule genoemd omdat de berekening bestaat uit drie onderdelen (A, B en C) die met elkaar vermenigvuldigd worden. De kantonrechtersformule is per 1 januari 2009 aangepast. Door deze aanpassing liggen ontslagvergoedingen sindsdien op een lager niveau dan voor 1 januari 2009. In 2014 is de kantonrechtersformule niet gewijzigd.

De kantonrechtersformule bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  1. het Aantal gewogen dienstjaren
  2. de maandelijkse Beloning
  3. de Correctiefactor

Hieronder kunt u zelf uw ontslagvergoeding berekenen (met de door de kantonrechters gebruikte afrondingsmethodiek). Voor nadere uitleg over de kantonrechtersformule kunt u verder lezen.

,
,
,

A. aantal gewogen dienstjaren

Uw dienstjaren tellen niet allemaal even zwaar mee voor de berekening van uw ontslagvergoeding. Uw dienstjaren tellen zwaarder naarmate ze op een oudere leeftijd zijn doorgebracht. Dit systeem werkt als volgt:

  • dienstjaren tot 35 jaar tellen voor ½
  • dienstjaren tussen 35 en 45 jaar tellen voor 1
  • dienstjaren tussen 45 en 55 jaar tellen voor 1½
  • dienstjaren boven 55 jaar tellen voor 2

Een voorbeeld. Aad is 57 jaar en werkt al 30 jaar voor een groothandel in meubels. Volgens de kantonrechtersformule worden het aantal gewogen dienstjaren van Aad als volgt berekend:

A = (2 x 2) + (10 x 1½) + (10 x 1) + (8 x ½) = 33. Dus hoewel Aad 30 jaar werkzaam is voor deze werkgever, wordt bij de berekening van zijn dienstverband uitgegaan van 33 gewogen dienstjaren. Zou Aad 35 jaar oud zijn en 10 jaar voor deze werkgever hebben gewerkt, dan zou het aantal gewogen dienstjaren uitkomen op 10 x ½ = 5.

B. beloning

Bij de zogenaamde B-factor gaat het in principe om uw maandelijkse bruto beloning, vermeerderd met vaste toeslagen zoals de vakantietoeslag, een eventuele overwerk- of onregelmatigheidstoeslag en een eventuele dertiende maand.

Bij de berekening van deze B-factor zal een kantonrechter geen rekening houden met zaken als:

  • een zorgtoeslag
  • een leaseauto
  • door de werkgever betaalde pensioenpremies
  • onkostenvergoedingen
  • spaarloon en levensloop

Ook worden bonussen en andere variabele beloningsbestanddelen in principe niet meegenomen in deze B-factor. Maar als deze bestanddelen structureel (dus over meerdere jaren) aan u zijn uitgekeerd en de verschillen van jaar tot jaar niet al te groot zijn, dan kan de kantonrechter hier toch rekening mee houden.

Een voorbeeld. Pauline werkt al vijf jaar als consultant. Zij verdient per maand 5.000 euro bruto. De vakantietoeslag bedraagt 8%. Verder heeft Pauline in de afgelopen drie jaar steeds een bonus ontvangen aan het einde van het jaar. Deze bonus is steeds afhankelijk van het bedrijfsresultaat. Het eerste jaar bedroeg de bonus 8.000 euro. In jaar twee was de bonus 10.000 euro en in het laatste jaar 6.000 euro.

Bij het vaststellen van een ontslagvergoeding is het redelijk om ook deze structurele bonuscomponent mee te nemen bij het berekenen van de B-factor. Deze zou in dat geval uitkomen op 5.000 euro + 400 euro (vakantietoeslag op maandbasis) + 667 euro (gemiddelde bonus per maand over de afgelopen drie jaren) = 6.067 euro.

C. correctiefactor

Met de correctiefactor kan de kantonrechter laten doorklinken of het ontslag meer aan de werkgever of aan de werknemer te wijten is. Men zegt wel dat in een neutrale situatie de correctiefactor op 1 staat. Maar wat is nu eigenlijk een neutrale ontslagsituatie? Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan de situatie dat uw werkgever noodgedwongen moet reorganiseren en dat volgens de daarvoor geldende regels uw baan komt te vervallen. De kantonrechter zal dit uw werkgever niet kwalijk nemen. Ook kan u in deze situatie geen enkel verwijt gemaakt worden. Het ligt voor de hand dat de kantonrechter in een dergelijke neutrale situatie de correctiefactor op 1 zal stellen.

Stel nu dat uw werkgever aan de hand van financiële gegevens kan aantonen dat hij onmogelijk in staat is om u een hoge ontslagvergoeding te betalen. De kantonrechter kan dan bijvoorbeeld de ontslagvergoeding matigen door de correctiefactor terug te brengen tot ¾ of mogelijk zelfs ½.

Aan de andere kant zou de kantonrechter de correctiefactor veel hoger kunnen stellen als uw werkgever onzorgvuldig gehandeld heeft en bijvoorbeeld ten onrechte uw functie heeft laten vervallen. Een correctiefactor van 1½ of zelfs 2 is dan goed mogelijk.

Er zit geen maximum aan de correctiefactor. Er zijn gevallen bekend van correctiefactoren van 4, 6 of in zeer uitzonderlijke situaties van 10. Hierbij gaat het dan vaak wel om relatief korte dienstverbanden en een werkgever die zich zeer misdragen heeft. In het algemeen beweegt de correctiefactor zich ergens tussen 0 en 2. Als u zich als werknemer ernstig misdraagt dan kunt u uiteraard ook niet op een ontslagvergoeding rekenen.

Factoren die tot een hogere correctiefactor kunnen leiden:

  • verwijtbaar gedrag aan de kant van uw werkgever
  • arbeidsongeschiktheid van de werknemer ten gevolge van arbeidsomstandigheden
  • werkgever heeft werknemer ‘weggekocht' bij concurrent
  • werkgever wil werknemer perse houden aan concurrentiebeding
  • er is sprake van een zeer kort (twee jaar of minder) dienstverband
  • er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid

Factoren die tot een lagere correctiefactor kunnen leiden:

  • verwijtbaar gedrag aan de kant van de werknemer
  • werkgever verkeert aantoonbaar in zeer slechte financiële omstandigheden
  • werknemer heeft goede kansen op de arbeidsmarkt
  • werknemer heeft van werkgever goede opleidingen en cursussen mogen volgen

De hoogte van deze correctiefactor kan zeer bepalend zijn voor de vraag of u recht heeft op een ontslagvergoeding en zo ja, hoe hoog deze vergoeding moet zijn. Raadpleeg op dit punt altijd een arbeidsrechtdeskundige.

Zie ook deze video van de Telegraaf waarin Kapé Breukelaar uitlegt hoe een ontslagvergoeding berekend wordt.