Ontslagvergoeding en ww-uitkering

Recht op ww bij ontslagvergoeding

Uw ontslagvergoeding (ook wel genoemd gouden handdruk) wordt niet gekort op uw ww-uitkering, ook niet als u instemt met ontslag. Alleen als u verwijtbaar werkloos bent, kunt u het recht op ww verliezen. Wel moet u rekening houden met de fictieve opzegtermijn. Verder gaan we hieronder in op de duur van de ww-uitkering en de hoogte van de ww-uitkering.

Fictieve opzegtermijn bij ontslagvergoeding

Als u een ontslagvergoeding krijgt en er geen of een te korte opzegtermijn in acht genomen is, dan ontvangt u pas na afloop van deze periode ww. Volgens de regels van het UWV moet uw werkgever namelijk bij uw ontslag rekening houden met de opzegtermijn.

Omdat er bij ontslag met wederzijds goedvinden juridisch gezien geen rekening gehouden hoeft te worden met een opzegtermijn, spreekt men ook wel van een fictieve opzegtermijn. Het UWV doet dan net alsof de werkgever de opzegtermijn wel in acht genomen heeft.

Een voorbeeld: Frans van Vugt gaat op 17 april akkoord met een beëindigingsvoorstel met een ontslagvergoeding van zijn werkgever. Tussen partijen geldt in feite een opzegtermijn van één maand. Frans stemt echter in met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst per 1 mei. Er wordt dus geen rekening gehouden met de opzegtermijn.

Als Frans zich kort voor 1 mei bij het UWV meldt, dan zal hij te horen krijgen dat hij nog tot 1 juni moet wachten voordat hij WW krijgt. Het UWV gaat er als het ware vanuit dat de werkgever wel rekening heeft gehouden met de opzegtermijn en Frans dus tot 1 juni zijn loon krijgt doorbetaald van zijn werkgever.

Let op: de werknemer die bij de beëindigingsovereenkomst geen rekening houdt met de fictieve opzegtermijn, zal dit nadeel zelf moeten dragen. In het bovenstaande voorbeeld kan Frans niet meer bij zijn werkgever aankloppen om toch het loon tot 1 juni doorbetaald te krijgen. Hij zal waarschijnlijk een deel van zijn ontslagvergoeding moeten aanwenden om de maand mei te overbruggen.

Laat bij een onderhandeling over de beëindiging van uw arbeidsovereenkomst en een ontslagvergoeding altijd goed nagaan of er sprake is van een fictieve opzegtermijn en zo ja, hoe lang deze termijn is. Het beste kunt u zich laten adviseren door een gespecialiseerde arbeidsrechtadvocaat.

Duur van de WW-uitkering

De WW-uitkering bestaat uit twee fasen. De basisuitkering duurt drie maanden. De verlengde uitkering is afhankelijk van uw arbeidsverleden. In totaal kan de WW maximaal 38 maanden duren.

Basisuitkering

Als u voldoet aan de zogenaamde wekeneis, dan heeft u in elk geval recht op de basisuitkering van de WW gedurende drie maanden. De wekeneis houdt in dat u in de afgelopen 36 weken minimaal 26 weken gewerkt moet hebben.

Jareneis

Als u naast de wekeneis ook voldoet aan de zogenaamde jareneis, dan heeft u recht op een verlengde ww-uitkering. Deze jareneis staat ook wel bekend als de 4-uit-5-jaren eis.

Het gaat er bij deze eis om dat u in de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van uw werkloosheid, gedurende minimaal vier jaren tenminste over 52 dagen loon moet hebben ontvangen.

In bepaalde gevallen tellen ook (delen van) jaren mee waarbij u geen loon heeft ontvangen, maar u wel voor jonge kinderen zorgde. Ook tellen soms jaren van arbeidsongeschiktheid mee.

Bijstandsuitkering

Als u niet voldoet aan de wekeneis, dan heeft u geen recht op WW. U komt dan mogelijk in aanmerking voor een bijstandsuitkering (WWB).

Een ontslagvergoeding wordt in beginsel volledig gekort op een WWB-uitkering. Wanneer een ontslagvergoeding in de vorm van een eenmalig netto bedrag wordt uitgekeerd en het totale vermogen binnen de relevante vermogensvrijstellingen blijft, vindt er geen korting plaats op de WWB-uitkering.

Arbeidsverleden

Als u voldoet aan de jareneis, dan is uw maximale ww-uitkering in maanden gelijk aan uw arbeidsverleden in jaren. Dus als uw arbeidsverleden 10 jaar bedraagt, dan heeft u recht op een ww-uitkering van maximaal 10 maanden.

Voor de ww geldt een bijzondere definitie van het begrip 'arbeidsverleden'. Uw totale arbeidsverleden voor de ww is een optelsom van uw 'fictieve arbeidsverleden' en uw 'feitelijke arbeidsverleden'.

Uw fictieve arbeidsverleden bestaat uit de periode vanaf het jaar dat u de 18-jarige leeftijd bereikte tot aan 1998. Om uw fictieve arbeidsverleden te berekenen kunt u gebruik maken van de volgende formule:

Fictief arbeidsverleden = 1998 - [uw geboortejaar] - 18.

Uw feitelijke arbeidsverleden is gelijk aan het aantal jaren dat u vanaf 1 januari 1998 gewerkt heeft tot en met het jaar voorafgaand aan het jaar van uw ontslag. Elk jaar waarin u minimaal 52 dagen loon ontvangen heeft, telt mee.

De optelsom van uw fictieve arbeidsverleden en uw feitelijke arbeidsverleden is uw totale arbeidsverleden. Het totale arbeidsverleden in jaren is gelijk aan uw ww-uitkering in maanden.

Een voorbeeld: Henk de Bruin is geboren in 1977 en wordt ontslagen in 2012. Hij heeft vanaf 1997 onafgebroken bij een werkgever gewerkt. Henk voldoet aan de wekeneis. Ook voldoet hij aan de jareneis. Zijn arbeidsverleden bestaat uit een fictief en een feitelijk deel. Zijn fictieve arbeidsverleden = 1998 - 1977 - 18 = 3 jaar. Zijn feitelijke arbeidsverleden is 14 jaar, namelijk de jaren 1998 tot en met 2011. Het totale arbeidsverleden van Henk bedraagt dus 3 + 14 = 17 jaar. Zijn maximale WW is dus 17 maanden.

Hoogte van de ww-uitkering

De hoogte van de ww-uitkering wordt niet beïnvloed door een ontslagvergoeding en is in de eerste twee maanden gelijk aan 75% van het dagloon. Vanaf maand drie bedraagt de ww 70% van het dagloon. Het dagloon is in principe het gemiddelde loon dat u als werknemer per dag verdiende. Uitgangspunt daarbij is het loon dat u verdiende in het jaar voordat u werkloos werd. Er wordt bovendien gekeken naar het zogenaamde SV-loon. Dit is het loon waarover premies sociale verzekeringen betaald zijn. Bonussen tellen hiervoor meestal wel mee, onkostenvergoedingen niet.

Berekening van het dagloon

Bij de berekening van het dagloon wordt uitgegaan van 261 werkdagen per jaar of 21,75 werkdagen per maand. Als uw SV-loon dus € 3.000 bruto bedraagt, dan bedraagt uw dagloon € 137,93 bruto. Let op: uw brutoloon op uw salarisstrook is niet altijd gelijk aan uw SV-loon. Bovendien zal op een salarisstrook over een bepaalde maand meestal nog geen rekening gehouden zijn met de vakantietoeslag. Een voorbeeld. Het brutoloon van Marjan bedraagt € 3.500 per maand. Op haar loonstrook van februari staat een SV-loon van € 3.540. Om haar dagloon te berekenen moet Marjan uitgaan van het SV-loon van € 3.540 + 8% vakantietoeslag = € 3.823,20 bruto. Haar dagloon bedraagt dan € 3.823,20 : 21,75 = € 175,78 bruto.

Maximum dagloon

Er geldt wel een maximum aan uw dagloon. Dit maximum wordt meestal twee keer per jaar vastgesteld door het ministerie van Sociale Zaken. Met ingang van 1 januari 2012 bedraagt het maximum dagloon € 191,82 bruto (inclusief vakantietoeslag). Als u dus meer verdient dat dit maximum dagloon, dan ontvangt u over het meerdere geen ww-uitkering.

Een voorbeeld: Jasper heeft een SV-loon van € 5.500 bruto per maand incl. vakantietoeslag. Dit levert een dagloon op van € 5.500 : 21,75 = € 252,87. Omdat dit meer is dan het maximum dagloon van € 191,82 zal Jasper een ww-uitkering krijgen op basis van het maximum dagloon. De eerste twee maanden bedraagt de ww-uitkering voor Jasper dan dus 75% x € 191,82 x 21,75 = € 3.129 bruto incl. vakantietoeslag. Vanaf maand drie bedraagt de ww-uitkering dus 70% x € 191,82 x 21,75 = € 2.920 bruto. Let op: het UWV keert de WW-uitkering per vier weken uit. De vakantietoeslag wordt gereserveerd en eenmalig per jaar in mei uitbetaald.

Was deze pagina nuttig? Beveel hem aan:

Dank u!