Een stamrecht BV als u in België woont
Gouden handdruk België
Als in België woont en een ontslagvergoeding ontvangt in een stamrecht BV zal België daar (progressieve) loonbelasting over inhouden omdat de Belgische fiscus zich op het standpunt stelt dat er in Nederland niet (direct) geheven wordt. Maar vervolgens betaalt u ook nog een keer over de uitkeringen. Om deze dubbele heffing te voorkomen kan bij de Belgische belastingdienst een beroep worden gedaan op een besluit van 1 september 2005 (CPP 2005/2036). In het kort komt deze tegemoetkoming erop neer dat België niet heft over de ontslagvergoeding en dat u met de Nederlandse Belastingdienst overeenkomt om over de uitkeringen in Nederland belasting (exclusief premies volksverzekeringen als u in België woont) te betalen. Second Start kan u hierin begeleiden.
De stamrechtvrijstelling als u in Nederland woont en België werkt
Ook als u in België werkt, in Nederland woont en onder de algemene of bijzondere compensatieregeling valt, kunt u uw ontslagvergoeding bruto in een stamrecht BV ontvangen. Uw Belgische werkgever stort dan eerst uw ontslagvergoeding netto in uw stamrecht BV. Vervolgens vraagt u onder de compensatieregeling de Belgische voorheffing terug. Dit bedrag stort u dan ook in uw stamrecht BV waardoor de stamrecht BV per saldo het bruto bedrag van uw gouden handdruk ontvangen heeft.
Stamrechtuitkeringen in België
Voor het antwoord op de vraag welk land mag heffen over de stamrechtuitkeringen is het belastingverdrag tussen Nederland en België beslissend. Allereerst moet worden bepaald onder welke bepalingen van het verdrag het gouden handdruk stamrecht moet worden geschaard. In de meeste verdragsituaties is het uitgangspunt dat uitkering uit een gouden handdruk stamrecht moeten worden belast op grond van het arbeidsartikel, waardoor heffing plaatsvindt in het land waar de arbeid is verricht, in dit geval dus Nederland. Voor inwoners van België die stamrechtuitkering ontvangen, gelden echter wat bijzonderheden.
Wanneer de uitkeringen uit de gouden handdruk namelijk vast en gelijkmatig zijn, worden zij voor de interpretatie van het verdrag door de Belgische fiscus behandeld als lijfrente-uitkeringen. Let wel: dit geldt alleen voor uitkeringen uit een stamrecht BV of stamrechtverzekering. Uitkeringen uit een bankspaarrekening kwalificeren niet als lijfrente. Bij lijfrente-uitkeringen speelt de zogenaamde '€ 25.000 grens' een rol. Voor de bepaling of deze € 25.000 grens wordt overschreden tellen de inkomsten mee waarvoor in Nederland fiscaal voordeel is genoten én die in België tegen een bijzonder tarief worden belast of voor minder dan 90% in de heffing worden betrokken.
Onder deze inkomsten vallen niet alleen lijfrenteverzekeringen waarvoor in Nederland aftrek van belasting is genoten, maar ook bijvoorbeeld pensioenuitkeringen uit een Pensioen-C polis. AOW-uitkeringen en Pensioen-B polissen worden in België daarentegen volledig in de heffing betrokken tegen het normale tarief, zodat deze inkomsten niet meetellen bij de bepaling van de € 25.000.
Wanneer het totaal aan stamrechtuitkeringen, lijfrente inkomsten en uitkeringen uit Pensioen-C polissen een bedrag van € 25.000 niet overschrijdt dan is het uitgangspunt in principe dat Nederland niet heft en alleen België kan heffen. België heft jaarlijks over de 3% van de waarde van het stamrecht tegen een tarief van 15% (0,45% in totaal). In de praktijk zal echter ook Nederland heffen in deze situatie als u een beroep doet op het eerder genoemde besluit om heffing over de ontslagvergoeding te voorkomen. In Nederland kan dan 3% van het stamrecht (waarover België al geheven heeft) afgetrokken worden van de uitkeringen.
De uitkeringen uit het stamrecht zelf zijn volledig belastingvrij. Wanneer het totaal aan bovengenoemde inkomsten meer bedraagt dan € 25.000 per jaar, dan dreigt dubbele heffing. Omdat het bedrag hoger is dan € 25.000 wijst het verdrag de heffing aan Nederland toe.
Tegelijkertijd wordt het stamrecht in België belast tegen de hierboven genoemde 0,45%, omdat de werknemer in zijn woonplaats België wordt belast door zijn gehele wereldinkomen. In dit soort situaties werkt normaal gesproken de regeling ter voorkoming van dubbele heffing uit het verdrag. Omdat er echter sprake is van heffing over verschillende inkomstenbestanddelen (Nederland heft over de uitkeringen uit het stamrecht, België heft over het stamrecht zelf), werkt de regeling in deze situatie niet.
Om toch dubbele heffing te voorkomen kan een beroep worden gedaan op het eerder genoemde besluit van 1 september 2005. Door toepassing van dit besluit belast België de aanspraak op het stamrecht niet, en verklaart de werknemer zich ermee akkoord dat heffing over de stamrechtuitkeringen plaatsvindt in Nederland. Wanneer het bedrag van de uitkeringen overigens beperkt blijft tot maximaal circa € 30.631 (bedrag van de tweede schijf in 2006) is de heffing in Nederland zeer beperkt. De Nederlandse tarieven bedragen in de eerste twee schijven immers slechts 2,45% (tot € 17.0464 en 9,75% tot € 30.631.
Wanneer de uitkeringen uit het gouden handdruk stamrecht jaarlijks onder de € 25.000 euro blijven en er geen andere inkomsten zijn die onder de € 25.000 grens vallen zal in Nederland in principe geen heffing plaatsvinden omdat de heffing op grond van het verdrag wordt toegewezen aan België. In België wordt de waarde van de aanspraak jaarlijks belast tegen 0,45 %, terwijl de stamrechtuitkeringen onbelast kunnen worden ontvangen.
